De Europese Unie heeft éénzijdig een ontwerpovereenkomst opgesteld om de Brexit tot een goed eind te brengen. Van groot belang voor leden van de intellectuele eigendomsgemeenschap is dat de ontwerpovereenkomst een afzonderlijke hoofdstuk heeft inzake intellectuele eigendom. Kort samengevat wordt daarin bepaald dat houders van een Europees gemeenschapsmerk, een ingeschreven gemeenschapsmodel of een communautair kwekersrecht dat is geregistreerd of toegekend vóór het einde van de overgangsperiode, zonder enig nieuw onderzoek, houders worden van een vergelijkbaar geregistreerd en afdwingbaar intellectuele eigendomsrecht in het Verenigd Koninkrijk.

 preview

 

Deze ontwerpbepalingen worden als niet-controversieel beschouwd. Het is echter wel opvallend dat de ontwerpbepalingen niets voorzien met betrekking tot de voortzetting in het Verenigd Koninkrijk van aanvragen voor nieuwe Europese merkregistraties of geregistreerde modellen die aan het einde van de overgangsperiode in behandeling zijn. Voor deze registraties lijkt het erop dat mogelijkerwijs nieuwe aanvragen moeten worden ingediend. Verder biedt de ontwerpovereenkomst een speciale prioriteitsperiode voor nieuwe Britse merkaanvragen, maar verbazend genoeg niet voor nieuwe Britse modellen.

 

Europese gemeenschapsmerken

De ontwerpovereenkomst bepaalt dat de houder van een Europees gemeenschapsmerk, houder wordt van een merk in het Verenigd Koninkrijk dat bestaat uit hetzelfde herkenningsteken voor dezelfde goederen of diensten. Het merk krijgt de datum van indiening van de prioriteitsdatum van het Europees merk en de anciënniteit van een merk in het Verenigd Koninkrijk. Dit merk kan niet worden ingetrokken op grond van het feit dat het corresponderende Europees gemeenschapsmerk niet vóór het einde van de overgangsperiode op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk in gebruik was genomen. Verder kan de eigenaar van een in de Europees gemeenschapsmerk in het Verenigd Koninkrijk rechten uitoefenen die gelijkwaardig zijn aan die welke in de verordening zijn vastgesteld op basis van de in de EU verworven rechten.

Zoals hierboven reeds werd aangekaart, lijkt dit geen betrekking te hebben op nieuwe aanvragen voor een Europees merk die aan het einde van de overgangsperiode in behandeling zijn, hoewel aanvragers een nieuw recht van voorrang krijgen om overeenkomstige nationale aanvragen in het Verenigd Koninkrijk in te dienen.

 

Verlengde prioriteitsperiode voor nieuwe Britse merkaanvragen

Merk op dat de ontwerpovereenkomst voorziet in een speciaal recht van voorrang voor personen die vóór het einde van de overgangsperiode een aanvraag voor een Europees merk hebben ingediend. Wanneer aan een dergelijke aanvraag voor een gemeenschapsmerk een datum van indiening werd toegekend, moet de aanvrager voor hetzelfde merk in het Verenigd Koninkrijk een merkaanvraag indienen voor goederen of diensten die identiek zijn als waarvoor de aanvraag in de EU is ingediend. Een verlengd prioriteitsrecht wordt toegepast in het Verenigd Koninkrijk gedurende een periode van zes maanden na het einde van de overgangsperiode.

 

Geregistreerde gemeenschapsmodellen en kwekersrecht

De houder van een ingeschreven gemeenschapsmodel wordt voor hetzelfde model houder van een geregistreerd modelrecht in het Verenigd Koninkrijk. De beschermingsduur volgens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk is ten minste gelijk aan de resterende beschermingsduur volgens het EU-recht van het overeenkomstige ingeschreven gemeenschapsmodel, en de datum van indiening of de prioriteitsdatum is die van de overeenkomstige periode van het geregistreerd gemeenschapsmodel. Dezelfde bepalingen zouden ook van toepassing zijn op communautaire kwekersrechten.

Zoals bij de Europese merken lijken deze bepalingen niet van toepassing op aanvragen voor nieuwe geregistreerde gemeenschapsmodellen die in de overgangsperiode in behandeling genomen worden, en in tegenstelling tot merken (en kwekersrechten) is er geen speciale prioriteitsperiode voor het indienen van nieuwe aanvragen in het Verenigd Koninkrijk. Dit zou betekenen dat aanvragers nu moeten beginnen met het indienen van afzonderlijke Europese en Britse geregistreerde modellen als ze zeker willen zijn van bescherming. Ze kunnen vertrouwen op niet-geregistreerde modelrechten, maar deze hebben hun eigen beperkingen.

Men bepaalt ook in de ontwerpovereenkomst dat de houder van een niet-ingeschreven gemeenschapsmodel die ontstond vóór het einde van de overgangsperiode ten aanzien van dat niet-geregistreerde model in het Verenigd Koninkrijk, houder wordt van het recht zoals bepaald in de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk. De beschermingstermijn van het recht volgens de Britse wetgeving is ten minste gelijk aan de resterende beschermingsduur van het overeenkomstige niet-ingeschreven gemeenschapsmodel.

 

Internationale inschrijvingen van merken en modellen

In de ontwerpovereenkomst wordt ook duidelijk dat het Verenigd Koninkrijk ervoor zou moeten zorgen dat houders van internationale merk- of modelregistraties onder respectievelijk de systemen van Madrid of Den Haag, die de EU vóór het einde van de overgangsperiode hebben aangewezen, in het Verenigd Koninkrijk bescherming genieten voor hun internationale merken of modellen.

 

Britse registratie procedure

Volgens de ontwerpovereenkomst, die nog moet worden goedgekeurd door het Verenigd Koninkrijk, worden registratie of verlening van een vergelijkbare registratie van het Britse merk, een Brits geregistreerd model of het Britse kwekersrecht kosteloos door de relevante entiteiten in het Verenigd Koninkrijk uitgevoerd met behulp van gegevens die beschikbaar zijn in de registers van het EUIPO (de autoriteit waar gemeenschapsmerken en modellen worden geregistreerd), het Communautair Bureau voor plantenrassen en de Europese Commissie. Houders van Europese IE-rechten en diegenen die gerechtigd zijn om van de rechten gebruik te maken, hoeven geen Britse aanvraag in te dienen of een bepaalde administratieve procedure te volgen. Zij hoeven ook geen correspondentieadres in het Verenigd Koninkrijk te hebben.

 

Ongeldigheid Europees IE-recht als gevolg van de lopende procedure tijdens de overgangsperiode

De ontwerpovereenkomst bepaalt verder dat indien een ingeschreven gemeenschapsmerk, een ingeschreven gemeenschapsmodel of een communautair kwekersrecht ongeldig wordt verklaard, herroepen of nietig  wordt verklaard of geannuleerd in de EU en het resultaat is van een administratieve of gerechtelijke procedure lopende de laatste dag van de overgangsperiode, wordt het overeenkomstige recht in het Verenigd Koninkrijk ook ongeldig verklaard of ingetrokken of geannuleerd. De houders van Europese intellectuele eigendomsrechten die aan het einde van de overgangsperiode onderhevig zijn aan lopende administratieve of gerechtelijke procedures voor nietigverklaring of herroeping, moeten er daarom rekening mee houden dat, indien ze niet succesvol zijn, zij ook hun Britse registraties verliezen. Dit kan de eigenaars van belangrijke Europese merken in het bijzonder ertoe brengen om nieuwe overeenkomstige aanvragen vroeg of laat in het Verenigd Koninkrijk in te dienen.

 

Besluitend is de ontwerpovereenkomst een document dat eenzijdig door de Commissie is opgesteld. Ongetwijfeld zal de Britse regering hierop reageren. De mate waarin de voorwaarden van de ontwerpovereenkomst uiteindelijk worden goedgekeurd in een definitieve overeenkomst valt nog af te wachten.

Wordt vervolgd…

 

Indien u een vraag heeft rond dit onderwerp of het beschermen van intellectuele eigendom, neem dan contact op met ons bureau M.F.J. Bockstael.

Gerelateerde artikelen:  Wat is een merk? - Merken - Is een geregistreerd model uw geld waard?