Een belangrijke vereiste voor een octrooieerbare of patenteerbare uitvinding is de inventiviteit, wat vertaald wordt als ‘niet voor de hand liggend' voor een vakman.

Een argument voor inventiviteit is bijvoorbeeld het verkrijgen van een onverwacht of verrassend effect. Het oplossen van een probleem dat reeds lange tijd om een oplossing vroeg kan juist daarom octrooieerbaar zijn. Vaak argumenteren de octrooideskundigen zodat de officiële instantie het octrooi verlenen op een uitvinding waarvan de technicus (achteraf) vindt, dat het niet meer is dan ‘gewoon' toepassen van de techniek. Een goede octrooideskundige zal argumenten vaak met succes gebruiken, teneinde een octrooi te bekomen op kleine correcties na.

De beoordeling van de onderzoeker is "het technisch probleem" onderkennen waarvoor de uitvinding een oplossing biedt, en dan deze oplossing toetsen aan de hand van de Stand van de Techniek. Vraag is of de vakman met de kennis van de meest nabije Stand van de Techniek op de indieningsdatum, de oplossing logischerwijze zou gevonden hebben. Dus, bij de beoordeling van inventiviteit zijn de antwoorden op volgende vragen van belang: Wat is de Stand van de Techniek?; Welke technische kenmerken van de uitvinding zijn verschillend?; Welke resultaten worden door deze onderscheidende kenmerken verkregen?; Is het voor de vakman voor de hand liggend om de resultaten te bekomen met die kenmerken?

Gerelateerde artikelen: Vereiste van octrooieerbaarheid: Wanneer is een uitvinding nieuw? ; Wat is een nieuwheidsonderzoek bij een patent?

Indien u meer informatie wenst, contacteer ons.

Terug naar het overzicht.